Free Web Hosting Provider - Web Hosting - E-commerce - High Speed Internet - Free Web Page
Search the Web

HINDOESTANEN IN NEDERLAND.

ENKELE FILOSOFISCHE EN RELIGIEUZE ASPECTEN

I. Inleiding

De bevolkingsgroep van de Hindoestanen in Nederland is oorspronkelijk afkomstig uit Noord-India. In de periode van 1873-1916 werd een aanzienlijk aantal Hindoestanen door Nederlanders uit het toenmalige Brits~Indié naar Suriname gehaald

om ze daar in te zetten als contractarbeiders op de plantages.Toen velen na afloop van het contract naar India teruggingen werden aan degenen die wilden blijven honderd gulden en een stukje grond aangeboden. Nu vormen ze de grootste bevolkingsgroep van Suriname

(ca.37%). De migratie van de Hindoestanen naar Nederland nam pas vanaf 1973 een grote vlucht toen de Surinaamse onafhankelijkheid naderde en er een toenemende- spanning tussen de Creoo1se en Hindoestaanse bevolkingsgroepen ontstond. In Nederland vormen ze nu een groep, waarvan de grootte op negentigduizend wordt geschat.

Deze, hier wel zeer kort geschetste, historische achtergrond heeft een zekere Hindoestaanse identiteit mogelijk gemaakt, hoewel de verschillen die oorspronkelijk vrij groot waren ook nu nog doorspelen.De meest opvallende zijn die tussen de hindoes (ca.76%) en de moslims (ca.20%). Hier zal verder uitsluitend aandacht worden besteed, aan het hindoeisme dat in Nederland veel minder op de voorgrond treedt dan de islam.Toch zijn er ongeveer honderdduizend hindoes in ons land, waarvan, naast de ca.zeventigduizend hindoestanen, een kleine twintigduizend uit India afkomstig zijn.Hier zullen een beperkt aantal opmerkingen worden gemaakt die alle te maken hebben met de inclusiviteit van denken en leven die in het hindoeisme te vinden is en waarvan men in het Westen voor een deel van is vervreemd.Het geschetste kan als achtergrond dienen waartegen veel concrete verschijnselen beter begrijpelijk en mogelijkheden zichtbaar worden.

II.Enkele filosofische en religieuze aspecten.

Een omschrijving van het hindoeisme is in verband met zijn complexiteit moeilijk te geven.Het is de naam die gegeven is aan beschaving van ongeveer de laatste tweeduizend jaar, die zich ontwikkelde uit de vroegere cultuur waarin de Veda een belangrijke plaats innamen. Deze Veda’s vormden de heilige literatuur van de Indo-Europeeers, de Ariers,die zich in de eeuwen na 1500 v. Chr. in India vestigden. Het hindoeisme ontstond door opname van allerlei niet-Arische elementen en andere ontwikkelingen die hun weerslag vonden in onder andere boeken met voorschrifften (bijvoorbeeld de Dharma-sutra ‘s) en leerstellingen van diverse religeus-filosofische scholen (bijvoorbeeld de Vedanta-sutra s) alsmede de Bhaqavadgita. In het Hindoeisme hebben de Veda’s hun plaats als autoriteit behouden.

Ondanks de sterke ontwikkelingen is in het hindoeisme nog een zekere beleving van een magische Wereld aanwezig. Bij de meeste mensen uit de Westerse cultuur is deze, evenals bij veel hindoes die zich aan deze cultuur hebben aangepast,naar de achtergrond

verdwenen. Ze is en blijft echter een fundamenteel bestanddeel van hindoeisme, zoals ze dit van de meeste niet-Westerse culturen. Het gaat om een leefsfeer waarin allerlei onderscheidingen die in het Westen worden gemaakt zoals tussen subject en object en fysische en psychische, het natuurlijke en het bovennatuurlijke grotendeels afwezig zijn.De kosmos vormt een dynamisch geheel waarin de onderdelen op een inwendige wijze met elkaar in contact staan. Het is een dynamisch geheel, waarin het ene het andere beinvloedt en niets een blijvende identiteit heeft. De menselijke existentie is geheel verweven met die van de macrokosmos.

De gebeurtenissen verlopen overal volgens bepaalde regels of normen (dharma) Er is een wetmatigheid in de natuur, in de menselijke samenleving en het persoonlijke leven, die behoort tot het eeuwige bestel van de dingen en die alles bij elkaar houdt. Het is universele principe die van stabi;iteit dat niet doorbroken mag worden. Wanneer iemand handelt in strijd met de regels (adharma) heeft dit automatisch kwade gevolgen. Het evenwicht kan dan alleen door bepaalde rituele handelingen weer worden hersteld. In het algemeen geldt voor het menselijk handelen (karma) de Wet van Causaliteit: de aard van de handelingen die men verricht bepaalt de latere situatie; ook die in enn volgend leven.Er is een verbondenheid met het verleden en de toekomst die zich over talloze levens uitstrekt Dit geeft tevens een extra verbondenheid met andere mensen en levensvormen, omdat de eigen ziel talloze

verschillende vormen aangenomen heeft en aan zal nemen. Het vegetarisme heeft hier een van zijn wortels.

Het menselijk kennen kenmerkt zich door een subjectiverende tendentie. Het denken is niet zozeer een structureel denken over objecten, als wel een poging de verschijnselen in een nauwere relatie tot een subject te brengen. Het is een proces van intuitie, waardoor het wezenlijke van de dingen wordt gevat. Het subject wordt hierdoor vertrouwd met,of verzinkt in het object. Het gaat om een innerlijke kennis die mogelijk is omdat alles met elkaar in verband staat. Er is geen sterke scheiding tussen het kennende subject en gekende object.Veetl van deze kennis vereist een gedegen voorbereiding in de zin van een zich geschikt maken (Yoga) of een inwijding door iemand die reeds de kennis bezit. De belangrijke sociale plaats van de Brahmanen die traditioneel de beheerders zijn van veel esoterisch kennis is gedeeltelijk uit dit laatste te verklaren.

De inhoud van de kennis heeft haar terugsiag op het subject en dit is van praktisch belang. Het betekent.dat men meer kan doen en meer kan worden door meer te kennen. Daarop berust de magie, die ter beschikking staataan de kenner van de inwendige wetmatigheden.

Daarop berust ook de meer passieve mystiek, de weg van degene die zich richt op steeds hogere kennis. Wanneer men volkomen gericht is opVishnu of Shiva zal men de goddelijke staat verkrijgen. De kenner van Brahman is zich bewust van zijn identiteit als Atman-Brahman.

2 In het hindoeisme kan men primitieve magie, fetisjisme en geloofin geesten vinden en vanuit het bovenstaande is dat niet verwonderlijk. Meestal gaat het echter om een religieuze sfeer van devotionele gerichtheid op lagere of hogere goden of om een enkele hoogste God. De religiositeit is in het hindoeisme universeel. Ze doordringt alle terreinen van de cultuur en het persoonlijke leven. Het heilige en het profane zijn niet gescheiden, maar het heilige en goddelijke is in alles aanwezig. De existentiele dimensie, waarin alles met alles is verbonden is vooral een religieuze dimensie.

De bij de Hindoestanen meest voorkomende vorm van hindoeisme heeft zijn centrum in de liefdevolle toewijding (bhakti) aan Vishnu en diens menselijke gestalten. Ram(a) en Krishna. Ondanks de aandacht voor de vele verschillende goden is er een idee van de ene hoogste God die de kosmos schept en onderhoudt. Hij openbaart zich in vele vormen (avatars), aan wie ook verering verschuldigd is. Het montheistische idee blijft echter aanwezig, zodat de avatarleer, waarin vele verschillende culten zijn opgenomen gezien kan worden als een integrerende factor. De veelheid van goddelijke gestalten komt voort uit en is een aspect van de hogere eenheid. De integratie op sociaal terrein,die voortkomt uit de gezamenlijk uitgevoerde riten, wordt sterk bevorderd door het inclusieve hierarchische systeem van de godenwereld.

3. De integratie van het heterogene wordt nog duidelijker, wanneer het absolute aspect van de hoogste God wordt benadrukt. Dit absolute, boven tijd en ruimte staand principe wordt Brahm(a)(n) genoemd. Dit is de oorsprong van alles, zelfs van de godenwereld. Dit Brahman is de hoogste werkelijkheid ten opzichte waarvan alles betrekkelijk is en waarin alles is opgenomen. In het filosofisch hindoeisme richt men zich direkt op het inzicht in deze oorspronkelijke eenheid.Wijsgerige methoden worden gebruikt om tot het inzicht in de identiteit van het eigen Zelf (Atman) en Brahman te komen. Voor de meeste moderne Westerse mensen is het verwonderlijk, zo niet onbegrijpelijk dat de vele religieuze vormen van het hindoeisme niet alleen in een cultuur samengaan, maar ook in een persoon verenigd kunnen wezen. De gehanteerde logica is niet die waarin de derde term (buiten: A is waar en A is onwaar) wordt iutgesloten. Er worden veel meer mogelijkheden gesteld o.a. die waarin waarheid -en onwaarheid samengaan. Zo kan van een godenbeeld worden gezegd dat het Vis hnu is en toch niet is. Dit wordt enigszins begrijpelijk vanuit het algemene gevoel van verbondenheid van alles met alles en de inclusiviteit in het denken en voelen. Het duidelijkst is het zichtbaar in de lvende idee van de principiele non-dualistische Atman-Brahman,die de dualiteit insluit.

III. Mogelijkheden

De hindoestanen in Nederland vormen een heterogene minderheid. Ook het hindoe-deel hiervan laat een veelheid va organisaties zien, met a1 eerste de Sanatan Dharm en de Arya - Samaj, respectievelijk wel

aangeduid als de katholieke en protestantse stroming. Na twee ingrijpende migraties hebben de Hindoestanen het moeilijk hun plaats in de Nederlandse samenleving en in hun eigen traditie te

vinden. Allerlei traditionele gebruiken, bijvoorbeeld die bij de crematie worden uitgevoerd, kunnen in Nederland slechts in een aangepaste vorm gehandhaafd blijven. De resten van het kastensysteem en de ‘ joint-family’met de vaste sociale plaats van de gezins- en familieleden verdwijnen steeds meer. De vrij individualistische Nederlandse samenleving en cultuur, waarin de religie voor een groot deel verdwenen of geisoleerd is, dreigt de groep disintegreren.

Een belangrijke reactie op deze situatie is de behoefte zich te bezinnen op de eigen uitgangspunten, om een grotere duidelijkheid te krijgen over de essentiele aspecten van de eigen cultuur en religie. Dit lukt des te beter naarmate er een basisvoorziening is, vooral ruimte en goed onderwijs..Zoals in het Rapport van de ‘Commissie Waardenburg' staat komt een bezinning niet aan de orde, zolang de minderheden nog voor de taak staan voorzieningen te treffen (p.37). De richting waarin de bezinning kan gaan is in het voorgaande aangeduid en dit kan ook voor de Nederlanders van betekenis zijn. In de volgende stellingen is dit in het kort geformuleerd.

Stellingen.

l.De aanwezigheid van een hindoeistische minderheid naast een christelijke/humanistische/agnostische meerderheid in Nederland is voor beide groeperingen een kansvolle situatie voor een reflectie op de eigen filosofische en religieuze uitgangspunten.

2.Vooral het zich hierbij richten op de Atman-Brahman leer kan in het contact goede vruchten afwerpen daar het immanente-trancendente principe, dat niet verschilend isaan het werkelijke zelf van ieder mens, de beste integratiemogelijkheden biedt.

3.Voor de meerderheidsgroepering kan het contact van belang zijn om meer oog te krijgen voor de aard van het inclusieve en ecologische denken naast het objectiverende denken, voor het zelf-zijn naast het hebben en manipureren, voor de verzoening van tegenstellingen als die van subject en object, lichaam en geest; dit in aansluiting op overeenkomstige elementen in de Westerse Cultuur.

4.Voor de Hindoestanen kan het contact met het moderne Westerse denken en de bezinning op de essentie van het hindoeisme behulpzaam zijn bij de relativering van onnodige Sociale en persoonlijke beperkingen vanuit de eigen cultuur en de vorming van een duidelijke en sterk staande identiteit. Een gerichtheid op de hoogste vormen van het eigen hindoeisme zal de emancipatie van de Hindoestanen in de Nederlandse samenleving sterk kunnen bevorderen.

5.Het bovenstaande is een argument voor overheidssteun aan het opzetten van Hindoestaanse Sociaal-religieuze voorzieningen.